Suzanne Dietz Consultant Normalisatie NEN

‘Streven naar circulariteit is een gezamenlijke ontdekkingstocht’

0 ·Leestijd: 3:35

Suzanne Dietz, consultant normalisatie bij NEN en systeemdenker over de circulaire economie, is op de langere termijn best optimistisch over het welslagen van circulair bouwen. Maar ze is vooral realistisch. “Als ik zie hoeveel mensen betrokken willen worden bij Platform CB’23, veel meer dan bij standaard normalisatietrajecten van het NEN, dan zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet”, zegt ze. Platform CB'23 heeft de ambitie om vóór 2023 nationale, bouwsectorbrede afspraken op te stellen ten aanzien van circulair bouwen.

“Maar tegelijkertijd realiseer ik me dat de bouw nog voor een enorme opgave staat. Nog tientallen jaren zullen we te maken hebben met de resten van het ‘oude’ denken. Toch ben ik alles bij elkaar zeker niet somber. Het duurt echt niet meer lang of we hoeven op beurzen niet meer uit te leggen wat circulair bouwen is.”

Grenzen moeten verdwijnen
Circulariteit is een breed begrip en velen geven daaraan hun eigen invulling. Suzanne Dietz is bij het Nederlands Normalisatie Instituut trekker van het actieteam ‘Meten van circulariteit’ van Platform CB’23, en heeft een duidelijke opvatting. “Circulair bouwen houdt veel meer in dan simpelweg het hergebruik van materialen. Voor mij is de essentie dat spelers op de bouwmarkt nieuwe partijen tegenkomen, tot andere manieren van samenwerking komen en bereid zijn elkaar te ontdekken”, legt ze uit.

Grenzen tussen de diverse bouwfases moeten verdwijnen. Nu is iemand doorgaans verantwoordelijk voor een stukje van het proces, terwijl er een veel bredere, collectieve verantwoordelijkheid moet komen. Zo maak een architect een ontwerp en verdwijnt daarna meestal uit beeld. Terwijl bij een ideale circulaire aanpak de architect al in de ontwerpfase praat met de sloper. Welke materialen zijn goed of slecht? Wat kunnen we nog gebruiken? Waar halen we de materialen vandaan? En dus: hoe gaan we het ontwerp aanpakken?

Suzanne realiseert zich dat het bouwproces voor de betrokken partijen door die aanpak, het weghalen van de grenzen tussen de verantwoordelijkheden, wel onoverzichtelijker wordt. “Maar je kunt er ook naar kijken als een gezamenlijke ontdekkingstocht”, zegt ze. “Met een nieuwsgierige instelling zoeken naar mogelijkheden, samen tot de beste strategie komen.”

"Circulariteit is een gezamenlijke ontdekkingstocht: met een nieuwsgierige instelling zoeken naar mogelijkheden en samen tot de beste strategie komen."

Waarde blijft behouden
Er zijn volgens Suzanne tenminste drie goede redenen om aan die ontdekkingstocht te beginnen. “Pakken we het met zijn allen goed aan, dan hoeven we ons minder zorgen te maken over uitputting van materiaalvoorraden”, begint ze de opsomming. “Verder beschermen we dan de kwaliteit van het milieu, bijvoorbeeld door het beperken van CO2-uitstoot en bodemvervuiling. En tenslotte, heel belangrijk, is het toch een prachtig idee om ervoor te zorgen dat de functioneel-technische kwaliteiten en waarde van materialen en producten behouden blijven die zijn gecreëerd door de inzet van financiën, arbeid en niet te vergeten liefde voor het werk.”

Steeds meer aandacht
Suzanne ziet nog geen massale beweging rond de circulariteitsgedachte, maar ze constateert wel op steeds meer niveaus aandacht. “Niet alleen meer bij pioniers en grote partijen als Rijkswaterstaat, zoals lang het geval was, maar ook bijvoorbeeld bij woningcorporaties. Bij alle grote partijen in de bouw is wel iemand bezig met circulariteit, al is het vaak nog wat snuffelen”, merkt ze op. Hierbij is het belangrijk om niet alleen beleid te schrijven, maar dit beleid ook toe te passen en daarin kwetsbaarheid te durven tonen. “We weten nog lang niet alles en we moeten nog veel ontdekken. Dat kun je in je eentje op je zolderkamer doen, maar je kunt de zaak ook werkelijk samen aanpakken. En nogmaals, ik ben daarover wel hoopvol.”

Beter nadenken over de toekomst
De andere, nieuwe vormen van samenwerking waarover Suzanne het eerder had, moeten ook leiden tot een gezamenlijk verantwoordingsgevoel dat verder strekt in de tijd. Bouwwerken staan nu voor een periode van vijftig tot honderd jaar; vanuit circulaire gedachtes wordt dat wellicht nog langer. Volgens Suzanne is er op dit moment in de designfase al behoorlijk wat aandacht voor circulariteit. Maar die zorg moet ook in de beheerfase met dikke letters in de agenda staan. “Ook bij het onderhoud moeten we de circulariteit blijven borgen en verzorgen en dat lukt nog niet altijd.”

Een hobbel daarbij is dat lang niet alle gegevens rond materiaal gemakkelijk beschikbaar zijn. Waar komt het vandaan? Hoe is het geproduceerd? En waarvan? Is het al eerder gebruikt? Is het te zijner tijd geschikt voor hergebruik? Informatie die we zorgvuldig moeten opslaan en vasthouden.

Transitie versnellen
Platform CB’23 wil de transitie naar een ‘nieuw denken’ in de bouw versnellen. “We moeten dezelfde woorden gaan gebruiken, dezelfde rekenmethodes hanteren, het over hetzelfde hebben”, zegt Suzanne. “Er moet uniformiteit komen, vergelijkbaarheid, zowel in de bouw- als de meetpraktijk. Het moet bij een project niet uitmaken met welk adviesbureau je werkt, omdat je altijd met dezelfde, vergelijkbare normen en uitgangspunten werkt. Dat vergt de komende jaren nog heel wat discussie, maar uiteindelijk gaat het lukken. En dat moet ook gewoon.”

"Om de transitie te versnellen moet er uniformiteit komen, zowel in de bouw- als in de meetpraktijk."

Op de vraag hoe een circulair gebouw er volgens Suzanne in 2040 uitziet, antwoordt ze verrassend: “Geen idee. Dat is nou het leuke aan gezamenlijke ontdekkingstochten. Je kunt niet voorspellen waar je uitkomt. Ik hoop wel dat het werk van Platform CB’23 eraan bijdraagt dat we dan allemaal herkennen dát het een circulair gebouw is en ook wát het dan zo mooi circulair maakt.”

Vind je dit een interessant artikel? Deel het met je netwerk.

Reacties

Schrijf een reactie

Uw emailadres wordt niet getoond