Jeannette Levels-Vermeer LBP|SIGHT

‘Op naar een gemeenschappelijk meetkader’

0 ·Leestijd: 03:40

“Een systeem dat waarde vasthoudt. Zowel de economische als ecologische waarde van producten. Dát is circulariteit. Het systeem is echter nog volop in ontwikkeling. We moeten met elkaar de spelregels nog bepalen.” stelt Jeannette Levels-Vermeer.

Jeannette heeft een milieu technologische achtergrond en is expert op het gebied van duurzaamheid. Ze brengt haar kennis en ervaring in praktijk bij LBP|Sight, waar ze zich voornamelijk bezighoudt met de ontwikkeling en uitvoering van strategische projecten voor brancheverenigingen, industriële bedrijven en overheden op het gebied van circulaire economie, circulaire maakindustrie, milieuprestatie in de bouw en GWW, , energie en MVO. In haar werk heeft Jeannette enerzijds te maken met projecten die helpen grip te krijgen op waardebehoud. Wat is het? En hoe maak je het meetbaar? Anderzijds is ze betrokken bij de maakindustrie waar circulariteit een steeds grotere rol speelt in de productie.

Circulariteit kent geen tijd
Duurzaamheid en circulariteit zijn thema’s die in diverse verschijningsvormen al lange tijd aan de orde zijn. ‘Eco design’, ‘cradle to cradle’, ‘eco efficiency’, het gaat allemaal om de milieueffecten van ons dagelijks leven. Vroeger werden de aspecten die hieraan ten grondslag liggen, zoals gedrag, ontwerp en technologie, vaak afzonderlijk benaderd. We probeerden schoner te produceren of het productieproces te verbeteren. Nu kijken we verder. Wat gebeurt er als een product het einde van zijn levensduur bereikt heeft?

De laatste jaren is hierover meer een integraalsamenhangende visie ontstaan. En wint het thema circulariteit stevig aan populariteit, ook in de bouwsector. Jeannette: “Er zijn geen tegenstanders. Iedereen wil milieu-economisch efficiënt te werk gaan, maar wel op zijn/haar eigen ambitieniveau. Producten hergebruiken lijkt een logische keuze in de bouw. Maar welke concessies ben je bereid te doen?”. Want daar zit de bottleneck. Een veilig, gezond, esthetisch fraai, betaalbaar én circulair gebouw is meestal het einddoel. Maar maximaal scoren op alle facetten is gewoonweg niet mogelijk. Hoe zorg je dat circulariteit niet onderaan de prioriteitenladder verdwijnt?

"Ga opzoek naar de vijf belangrijkste lock-in's: de risico's die circulaire strategieën uitsluiten."

Aan de slag met circulaire ambities in de initiatieffase
“Wie circulair wil bouwen moet in de initiatieffase al aan de slag met die ambities. Een gebouw is een complex product, met al z’n materialen en technische installaties. Daarnaast is het waardebehoud van een gebouw ook nog eens locatieafhankelijk, dat maakt businesscases voor producenten of concepten complexer. Circulair bouwen begint dus eigenlijk bij de locatie ontwikkeling en omgevingsvisie.”, legt Jeannette uit. In de daaropvolgende ontwerpfase maak je een MPG berekening. De grootste impact is immers te behalen in het fundament (draagconstructie, omkleding, vloeren) en ook de installaties hebben uiteindelijk een grote impact vanwege de relatief lage levensduur in verhouding met het gebouw. Per onderdeel bekijk je welke milieuwinst het je oplevert. Laat het meelopen in het hele proces. Naarmate je verder komt in het ontwerpproces en de details in gaat, wordt de impact steeds kleiner en heb je nog maar weinig sturingsmogelijkheden om de impact te vergroten.” vertelt Jeannette. Ze heeft veel ervaring met circulaire bouwprojecten. Haar aanpak is op zoek gaan naar de vijf belangrijkste lock-in’s: de risico’s die circulaire strategieën uitsluiten. Bij deze denkoefening wordt het hele ontwerpteam betrokken. Na een dag brainstormen heb je die risico’s boven tafel. Op basis daarvan kan Jeannette de opdrachtgever adviseren over de mate van circulariteit die kan worden gerealiseerd in een bouwproject inclusief het gebied en de daaropvolgende consequenties voor het gebouw.

Naar een gemeenschappelijk meetkader
Hoe bepaal je dan je strategie om te komen tot een zo goed mogelijk gebouw met daarin zo veel mogelijk circulaire materialen? Dat kan op verschillende manieren, zo blijkt. Levenscyclus data geven inzicht in het milieueffect hier, elders, nu en later. Jeannette legt uit: “We zijn heel erg gericht op de milieu impact hier en nu. Maar een goede keuze nu, kan voor later andere consequenties hebben. Je moet dus ook inzichtelijk maken wat de impact is op een later moment.”

"Een gemeenschappelijk meetkader waarmee ideeën getoetst kunnen worden helpt ons verder."

Een gemeenschappelijk meetkader zoals MKI, waarmee ideeën getoetst kunnen worden, helpt ons daarbij. Op nationaal niveau is MKI al een gedragen spelregelboekje. Conceptueel zijn we al heel ver, maar in de uitvoering is het nog zoeken. Er is veel beweging ontstaan, ook bij de overheid. Zo wordt er van allerlei kanten nagedacht over de beste aanvliegroute en komen uiteindelijk de beste strategieconcepten op tafel. Dat zijn onze spelregels voor de uitvoering.

Jeannette draagt met haar werk ook bij aan de ontwikkeling van een meetkader. Ze vertelt over een project voor de Economic Board Utrecht. In dit project heeft zij een afwegingskader ontwikkeld, in dit geval specifiek voor circulaire concepten voor hooggeluidsbelaste gevels en hoe je dat kunt vertalen naar een bestek. Dit proces zou eigenlijk moeten plaatsvinden voor elk ontwerpidee, tot op een zeker detailniveau natuurlijk.

2040
In 2040, hoe bouwen we dan? Jeannette heeft daar wel een beeld bij. “Ik denk dat we meer industrieel zullen bouwen. Modulair, plug and play, veel technologie, en met meer bouwdelen uit de fabriek. Daar liggen de kansen om meer aan circulariteit te gaan doen. Ook verwacht ik meer gebouwen met gedeelde functies in stedelijke gebieden. Er zal een meer gevarieerd beeld ontstaan, waardoor uiteindelijk heel de stad er anders uit zal gaan zien.”

Vind je dit een interessant artikel? Deel het met je netwerk.

Reacties

Schrijf een reactie

Uw emailadres wordt niet getoond