Cees van der Zande directeur Strategisch Vastgoed Reinier Haga Groep

Zorgvastgoed: is beter best goed genoeg?

0 ·Leestijd: 3:45 minuten

Onze ziekenhuizen kampen met overcapaciteit. Daar moet iets aan worden gedaan, maar hoe? Eén ding is zeker: beter is niet best genoeg. Het gaat om het allerbeste voor gebruikers, om minder dure meters, flexibele ontwerpen en een stevige rol voor de opdrachtgever.

De Nederlandse ziekenhuizen hebben de afgelopen jaren een forse daling van hun (klinische) productie moeten opvangen. Uit onderzoek van Arcadis (Groeiende zorg, krimpende ziekenhuizen, 2017) blijkt dat deze lijn de komende decennia zelfs doortrekt. De klinische en poliklinische productie blijft dalen bij een verdere verschuiving naar dagopnamen en eerstelijns zorg.

 

Politieke dwaling
Dat de ligduur verder gaat dalen onderschrijf ik van harte. Gupta (No place like home, 2016) stelt zelfs dat onder ideale omstandigheden (met actief participerende patiënten, veel ICT en een heel andere rol van de zorgverleners in de eerste- en tweedelijns) 46% van de huidige klinische patiënten remote hun zorg thuis kunnen ontvangen. Maar de versnelde daling van opnamen sinds 2012 is toch vooral een gevolg geweest van politieke dwaling of van opportuniteit zo u wilt.

‘Het steeds verder opvoeren van het eigen risico heeft geleid tot een onverantwoorde onderconsumptie’

Het steeds verder opvoeren van het eigen risico om de overheidsuitgaven in de jaren van recessie te beteugelen, heeft geleid tot een onverantwoorde onderconsumptie.  Voeg daarbij toe dat de langdurige zorg zo goed als volledig is uitgekleed en we hebben een plausibele verklaring voor de huidige uitpuilende spoedeisende hulpposten met doodzieke kwetsbare ouderen en opnamestops.

 

Late reactie
Dat we in Nederland ook nu nog klinische overcapaciteit kennen is vooral een gevolg van het feit dat men veel te laat heeft geanticipeerd op de invoering van de prestatiebekostiging voor ziekenhuizen. Aan de noodzaak om huisvestings- en kapitaallasten tijdig drastisch te verlagen en de productie per dure vierkante meter ziekenhuisbouw te verhogen, heeft menig bestuurder veel te laat gehoor gegeven. Het moest dus anders sinds de aangekondigde afschaffing van het bouwregime in 2007. Reeds in 2012 wezen J. van der Zwart en Th. Van der Voordt (Real Estate & Housing van de TU Delft) op het belang van sturing op basis van het CREM model op onder meer kostendaling en productiviteitstoename van ziekenhuisvastgoed.

Delfts Model
Juist in die periode was het Reinier de Graaf Gasthuis bezig met de aanbesteding van vervangende nieuwbouw. Een ontwerp op de oude leest van de veilige goedkeuring van het College Bouw (en dus verzekerde nacalculatie). Maar zelfs dat was onvoldoende om in de toen overspannen bouwmarkt een betaalbare aannemer te vinden. De komst van een nieuwe voorzitter van de Raad van Bestuur in 2008 bracht de oplossing. Het oude plan moest van tafel en er kwam een nieuwe visie met een nieuw ontwerp. En zo kreeg Delft in 2015 een nieuw ziekenhuis, ontwikkeld en gebouwd volgens het zogenaamde Delftse Model. Een procesaanpak waarbij kernbegrippen als: Doelmatigheid, Gastvrijheid, Kwaliteit en Veiligheid, Verbondenheid en Innovatie leidend waren bij het ontwerp en beoogd resultaat. De methodiek van het Delftse Model is eenvoudig en logisch, maar wordt te vaak ontweken: beginnen met een heldere kaderstelling, de opdrachtgever is zelf verantwoordelijk en leidend in elke fase, het bestuur staat op afstand (is zelf geen deelnemer), versterkte integratie bij en met externe partijen, effectief en strak gebruikersoverleg, én eigen (facilitaire) mensen in de projectteams. Hier participeerde de staande organisatie vanaf het begin, van het programma van eisen tot de oplevering en nazorg.

 

Kleiner…
De insteek was beter, goedkoper, kleiner, flexibeler. Bijna 20.000 m2 kleiner dan het vorige ontwerp. Opkomende begrippen als Lean Hospital Design en Performance Driven Design werden toen nog niet gebezigd, maar wat is het verschil? Beter is niet goed en compact genoeg. Alle twijfel ten spijt: ziekenhuizen worden kleiner. Veel specialismen kunnen nu al beter en goedkoper buiten de ziekenhuismuren geplaatst worden.

‘Veel specialismen kunnen nu al beter en goedkoper buiten de ziekenhuismuren geplaatst worden’

Wat ziekenhuizen specifiek maakt zijn vooral de hotfloor voorzieningen. Zij vormen nog altijd het kloppend hart van deze organisaties. Ook als ingrepen minder invasief worden. 

 

…en het allerbeste
Wat nu het beste is? Een ding is zeker: beter is niet best genoeg. We moeten in het zorgvastgoed streven naar het allerbeste. Het beste voor de gebruikers, de doelmatigheid en duurzaamheid. Minder dure meters door outsourcing van alles wat niet de corebusiness is of niet bijdraagt aan het rendement ervan. Flexibele ontwerpen zijn nodig om de razend snelle veranderingen in de zorg te kunnen volgen. Flexibiliteit en hergebruik van zorgvastgoed helpt ook financiers over de brug en verlaagt hun risico. En blijf als opdrachtgever van een bouwproject van het begin tot het eind in de lead. Juist ook om de continue veranderingen te kunnen blijven managen; die deskundigheid zit bij de opdrachtgevers zelf. En ten slotte kan het verstevigen van de greep op het totale project het vertrouwen van de financiers verder versterken.

Vind je dit een interessant artikel? Deel het met je netwerk.

Reacties

Gerelateerde artikelen